Kreta

Kreta vandaag de dag
Hemelsbreed gemeten is Kreta tweehonderdenzestig kilometer lang, terwijl de breedte varieert van dertien tot vijftig kilometer. Het eiland is opgedeeld van west naar oost in vier provincies; Chania, Rethymno, Heraklion en Lasithi. Op het hele eiland wonen ruim een half miljoen mensen en dan tellen we de vele gasten in de zomer niet mee. De noordkust is heuvelachtig, heeft veel mooie zandstranden en baaien. De zuidkust is afwisselender; grillige bergen lijken hier en daar bijna voorover te vallen, pardoes de zee in. In de bergen treffen we veel grotten, diepe ravijnen en spectaculaire kloven aan.


Globaal gezien zijn de bergen van west naar oost op te delen in vier bergketens. De hoogste daarvan liggen op West-Kreta. Dat zijn de Lefka Ori, letterlijk witte bergen, en de Idi-bergen of de Psiloritis. Diverse toppen daarvan reiken tot ver boven de 2000 meter en blijven dan ook in het voorjaar lang met sneeuw bedekt. Maar niet daarom heten ze “witte bergen”. Deze naam hebben ze te danken aan het lichte gesteente waaruit ze zijn opgebouwd. Even indrukwekkend is een tocht door de hoogvlakte van Lasithi ten noorden van het Dikti-gebergte. U treft hier vele windmolentjes verspreid over de vlakte aan. Ook de boeiende laagvlakte, de vlakte van Massara in het zuiden langs de Massara-baai is noemenswaardig. Op Kreta is de plantenvariëteit twee keer zo rijk dan Nederland. In het voorjaar breken de kleuren los. Bloemen tussen de rotsen, in de kloven, aan de struiken en de bomen, te veel om in je op te nemen: de anemonen, orchideeën, narcissen, bougainvilles, oleanders, sinaasappelbomen, mandarijnen; één eindeloze pracht.


En wat de bomen betreft, zoals overal in het Middellandse Zee-gebied trekken vooral de olijfbomen de aandacht met hun wel bijzonder fraaie en grillige lijnen, gaten en draaiingen in de stammen. Er zijn in Griekenland niet veel in het wild levende dieren. Op Kreta komt evenwel de kri-kri voor, een soort steenbok. Het zijn beschermde dieren. Speciaal om deze dieren voor uitsterven te behoeden is het gebied rondom de Samaria-kloof tot Nationaal Park verklaard. De Kretenzers worden vaak vergeleken met de Friezen. Koppig, ronduit en trouw. Volop Griek met de Grieken maar alleréérst Kretenzer. Voor een Kretenzer is het een eer een gast (xènos) in huis te hebben. Een xènos wordt van alles en nog wat aangeboden, zeker ook raki, een inheemse zeer sterke borrel.


Een beetje geschiedenis
Archeologen en historici leren ons dat Kreta de poort is waardoor de heel oude beschaving van het Midden-Oosten Europa binnengekomen is. Die beschaving op Kreta kwam tot een hoogtepunt onder koning Minos of beter gezegd, onder de Minossen van Kreta. Dit omdat Minos waarschijnlijk geen naam was, maar een titel. Kreta heeft tijdens het bewind van deze Minossen een geweldige bloeitijd gekend. Het toppunt van die bloei zou gelegen hebben tussen 3000 en 1000 v.Chr. Talrijk en boeiend zijn de wonderbaarlijke verhalen, de mythen, uit die tijd. Even ten zuiden van de hoofdstad Heraklion liggen de resten van het kolossaal paleis Knossos, dat minstens 4000 jaar oud.


Wie waren de mensen die in die verre oudheid zoveel technisch vernuft hadden om zo’n ontzaglijk bouwwerk tot stand te brengen? De Engelse archeoloog Evans heeft er zijn levenswerk van gemaakt om dat uit te zoeken. Hij is hier in het begin van de vorige eeuw wel vijfentwintig jaar aan het graven en onderzoeken geweest. Vervolgens heeft hij op die ruïnes een deel van het enorme paleis weer opgebouwd zoals het er in de oudheid moet hebben uitgezien. De mooie en grote Minoïsche paleizen op Kreta zijn allemaal verwoest. Maar volgens de geleerden is dat niet gebeurd door nieuwe machthebbers, de Mycenen en naderhand de Doriërs, maar door een verschrikkelijke uitbarsting van de vulkaan Santorini op het eiland Thira, bijna hondervijftig kilometer ten noorden van Kreta. Voor die tijd en ook daarna zou nergens op de wereld ooit een natuurramp met zo’n vernietigende kracht hebben plaatsgevonden.


In ± 1650 vielen de Turken Kreta aan. De strijd duurde meer dan twintig jaar maar toen viel het eiland in Turkse handen. In 1866 vielen de Turken de opstandige Kretenzers aan, die zich verschanst hadden in het klooster Arkadi aan de voet van het Psiloriti-of Idi-gebergte. De vrijheidsstrijders zagen dat ze niet opgewassen waren tegen de Turkse overmacht. Maar liever dan zich over te geven besloten zij met de monniken en met alle, naar het klooster gevluchte, buurtbewoners de dood te kiezen. Zij staken hun munitie in brand. Wie van hen niet omkwam bij de verschrikkelijke explosies, werd onthoofd door de Turken. Dit drama schokte de wereld en in 1869 erkenden de grote West-Europese mogendheden de onafhankelijkheid van Kreta, die uitgeroepen was door de Raad van Kreta. Die erkenning bracht Turkije er nog niet toe Kreta vrijwillig te verlaten. Formeel bleef Kreta onder Turkse soevereiniteit. Een vreemde constructie, waar Griekenland noch Kreta genoegen mee konden nemen. Pas in 1913 werd de aansluiting van Kreta bij Griekenland door de wereld erkend. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Kreta bezet door de Duitsers. Griekse partizanen en te hulp geschoten Engelse militairen waren niet opgewassen tegen de Duitse overmacht en trokken zich terug in het bergland. Nog kunnen oude mensen op West-Kreta u vertellen hoe die strijd verlopen is en welke barbaarse tocht vooral de Britse soldaten hebben moeten maken bij hun vlucht door de bergen om de zuidkust te bereiken. Gedurende de Duitse bezettingsjaren bleven er gebieden waar Griekse vrijheidsstrijders en Britse militairen opereerden.


Verkenning van de provincie Chania
Vergeleken met het oostelijke deel van het eiland is het toerisme in West-Kreta veel geleidelijker ontwikkeld waardoor er nog volop authentieke sfeer heerst. Het mag dan zo zijn dat deze helft van het eiland wat minder spectaculaire opgravingen uit de historie kan tonen dan het oostelijk deel, landschappelijk gezien is het boeiender dan het oosten. De bergen zijn hier indrukwekkender en gecombineerd met de vele bloemen- en bomenweelde in deze streek raakt u hier niet snel uitgekeken. Vele wandelpaden leiden u door dit landschap vol tegenstellingen. Op tal van plaatsen treft u kloosters aan, sommige bewoond, andere niet of slechts door enkele monniken. Ook zijn er op het westelijk gedeelte van het eiland prachtige stranden te vinden. Zoals de stranden van het kleine eiland Elafonissi die zo dicht bij de kust liggen dat men er naar toe kan waden. Sfinari en Falassarna zijn eveneens mooie stranden, waarvan ook de afdaling er naar toe de moeite waard is.


De beide historische havenplaatsen Kastelli (of Kissamos) en Falassarna waren de toegangspoorten tot de oude Dorische stad Polyrrinia, waarvan de ruïnes een kilometer of tien landinwaarts nog overblijfselen zijn. Ook op het schiereiland Rodopou zijn de resten van de Dorische tempel Diktyna te bewonderen. Iets verder west-waarts, aan de andere kant van de bedrijvige havenstad Kastelli, priemt Gramvousa omhoog, een leeg en verlaten schiereiland. Ook hier is het erg rustig en juist daarom, een heel aantrekkelijk gebied voor natuur- en vogelliefhebbers en wandelaars. Vanuit de haven van Kastelli vaart een excursieboot naar het eiland aan de punt van Gramvousa met dezelfde naam. Het bijzondere op dit eiland is een groot en onneembaar fort dat de Venetianen hier 400 jaar geleden hebben gebouwd om zeerovers die hier hun basis hadden, van het eiland weg te houden. Op één aspect moeten wij u toch beslist nog attenderen, de kloven van West Kreta; de Samaria-, Imbros- en Agia Irini-kloof. Deze zijn alle zeer de moeite waard.


Chania-stad
De stad Chania is ongetwijfeld de mooiste stad van het eiland. Zelfs mensen die niet van steden houden, zijn in de wolken van Chania-stad, zo prachtig als zij daar ligt aan de baai. De verschillende regiems die in de loop van de geschiedenis geregeerd hebben over Kreta zijn terug te vinden in de diverse bouwstijlen van Chania-stad. Voor overblijfselen uit de oudste periode kunt u bijvoorbeeld naar het Archeologisch Museum in de Chalidonstraat. Het museum is gevestigd in een Gothische kerk, die in de Venetiaanse tijd gebouwd is. Chania-stad is een heel oude stad en in de Minoïsche tijd was het naast Knossos de belangrijkste stad. Vooral uit het Venetiaanse tijdperk zijn nog tal van monumenten overgeble-ven. Aan de haven langs de kade staan nog veel van die grote Venetiaan-se huizen, met daartus-sen smalle straatjes, waarin men veel kleine winkels aantreft. Een zwerftocht door de oude stadswijken is absoluut de moeite waard. In hartje stad valt nog meer te beleven. Net als zovelen zult u met plezier kijken naar de grote bedrijvigheid in de overdekte markthal waar u verse kruiden en honing kunt vinden.


De kustplaatsen rondom Chania-stad

Chrysi Akti
Dit dorp en de plaats Agios Apostoli zijn bijna aan elkaar vastgeklonken. Dat heeft vooral te maken met de aanwezigheid van prachtige, kleine baaien. De naam Chrysi Akti betekent gouden strand en daarmee is niets teveel gezegd. Als het op Kreta wat winderig is, vindt u in deze baaien een heerlijke luwte. U kunt er bovendien goed snorkelen. Het kilometerslange zandstrand van Chrysi Akti loopt tot aan de wijk Nea-Chora van Chania-stad. U kunt dus via het strand naar de stad lopen. De geleidelijk aflopende zeebodem is voor kinderen ideaal. Het dorp heeft enkele winkels en supermarkten en natuurlijk zijn er diverse tavernes en restaurants te vinden. Voor de liefhebbers van het uitgaansleven zijn Chania-stad, Agia Marina of Platanias per bus makkelijk te bereiken.

Agios Apostoli
Dit dorp ligt drie kilometer ten westen van Chania-stad. Het is een gezellige plaats met hotels, restaurants en winkels van allerlei aard. Het is een dorp dat ingesteld is op toeristen. En dat is geen wonder, want hier vlakbij zijn drie prachtige zandstranden met ondiep water. Uiteraard zijn hier diverse strandfaciliteiten.

Kalamaki
Een kilometer of zes westwaarts van Chania-stad vindt u het zandstrand van Kalamaki. Chania-stad, maar ook de rest van de noordwestkust, is vanuit het plaatsje Kalamaki gemakkelijk bereikbaar met de stadsbus. Er zijn diverse winkels, restaurants en terrassen. Van hieruit zijn mooie wandelingen te maken het binnenland in. Bijvoorbeeld naar het Griekse dorp Galatas met een traditioneel plein in het centrum en een knusse taverne. Dit is een wandeling van twee kilometer.

Kato Stalos
Het oorspronkelijke dorp Stalos ligt anderhalve kilometer van de kust. Het is klein en nog steeds een echt Kretenzische plaats. Door het aantrekkende toerisme kwamen enkele jaren geleden meer dan een kilometer buiten het oude dorp een paar appartementen, hotels en natuurlijk ook winkels. In feite ontstond er zo een nieuw dorp naast het oude, Kato Stalos. Dit nieuwe dorp ligt dicht bij het strand. Vooral mensen met kinderen gaan hier graag naar toe omdat de zeebodem geleidelijk afloopt. Kato Stalos ligt zes kilometer van Chania-stad. Net als al de andere genoemde dorpen heeft het een zeer frequente busverbinding met de stad.

Agia Marina
Dit dorp ligt net als de eerder genoemde plaatsen aan de kustweg, zo’n acht kilometer ten westen van Chania-stad. Toch onderscheidt Agia Marina zich van de andere kustplaatsen door haar levendigheid. Er is een breed zandstrand tegenover het onder natuurbescherming staande eilandje Thodorou. Langs de hoofdweg ligt een aan-trekkelijke verscheiden-heid aan winkels met snuisterijen, minimark-ten, uitnodigende terras-sen en restaurants. Verder landinwaarts ligt het oude deel van het dorp Agia Marina met smalle straatjes en typisch dorpsplein met de kerk. Agia Marina is omringd door dichtbegroeide heuvels met olijfbomen en wijngaarden. De omgeving leent zich dan ook goed voor het maken van wandelingen. Elk half uur is er een busverbinding met Chania-stad vanuit het gezellige en langgerekte kustdorp.

De Samaria-kloof
Hiervoor moet u naar het Nationale Natuurpark Samaria op de Lefka-Ori. Wie op eigen gelegenheid de lange wandeltocht door de kloof gaat maken kan een dag tevoren naar Omalos te gaan en hier te overnachten. Uiteraard niet op de bonnefooi. Vanaf Omalos is het nog vijf km. tot het begin van de kloof.


Hier begint de afdaling bij Xiloskalo, de houten trap, door één van de mooiste ravijnen van Europa. Aan de kiosk kunt u een entreekaartje kopen waarmee u het Nationaal Park kunt betreden. Het begin van de afdaling is tamelijk steil, daarom is een houten leuning aangebracht. Onderweg zijn trouwens meer voorzieningen aangebracht, waaron-der toiletten. Het laatste verkoop-punt van etenswaren of dranken is Xiloskalo. Na ongeveer vier kilometer bereikt u een kerkje. Het is de Agios Nikolaos-kapel die bijna schuil gaat tussen zeer oude cipressen. Na deze kerk daalt het pad minder steil. Nog eens vier kilometer verder ligt het bijna geheel verlaten dorp Samaria. De dorpelingen moesten het dorp verlaten toen dit gebied in 1962 tot Nationaal Natuurpark werd verklaard. Kort na het dorp komen we langs het Byzantijnse kerkje van de Agia Maria van Egypte, waaraan dit dorp zijn naam te danken zou hebben. Hier heeft u ongeveer de helft van de wandeling gehad. Samaria is het enige gebied waar de kri-kri, de Kretenzische berggeit, nog voorkomt en beschermd wordt.


De laatste vier kilometer zijn het indrukwek-kendst. Hier naderen de loodrechte, wel 300 meter hoge rotswanden elkaar soms tot op drie meter. Deze nauwe doorgang wordt de Sideroportes, De IJzeren Poort, genoemd. Som-mige mensen, die de hele tocht te zwaar vinden, gaan met de boot naar Agia Rouméli en lopen in tegengestelde richting alleen dit laatste nauwe stuk en keren dan terug. De gehele wandeling naar het eindpunt aan de kust, Agia Rouméli, vergt minstens vijf uur. De meeste wandelaars stappen in deze plaats dan ook op de boot die hen naar Sougia of naar Chora Sfakion brengt. Van hier kunt u de bus nemen naar Chania-stad. Indien u deze tocht op een goede manier wilt volbrengen, is het raadzaam om goede wandel- of bergschoenen te dragen.


Het klimaat van Kreta
De zomer begint in april en duurt tot eind oktober. In de warmste tijd van het jaar kunnen de temperaturen oplopen tot boven de 30 graden. Maar de luchtvochtigheidsgraad is niet hoog en bovendien waait er bijna altijd een wind vanaf zee zodat het altijd aangenaam is. Omdat de gemiddelde wintertemperatuur zo’n 18°C bedraagt, is het zowel in de winter als in het prille voorjaar al aangenaam. Natuurlijk zijn de dagen nog niet zo lang en koelt het dan, als de zon aan kracht verliest, sneller af. Maar het kwik klimt in april al vaak fanatiek tot ruim boven de twintig graden. De zeewatertemperatuur kan ook al heel aangenaam zijn. De maanden mei en oktober zijn voor Nederlandse begrippen volop zomers te noemen om maar niet te spreken van juli en augustus.